ESSAY

Video installaties om de wereld aan het werk te zien.

Inge Reisberman (Almelo, 1959) is als schilder opgeleid aan de AKI in Enschede. Inmiddels werkt ze vooral met video en fotografische technieken. Dat is geen verandering van discipline maar het resultaat van het feit dat in de hedendaagse kunst geen scherpe scheidslijnen tussen disciplines bestaan. Door gebruik te maken van video en fotografie werd haar werk een hedendaagse wijze om met licht en duisternis om te gaan. Licht, duisternis en zwaartekracht worden de werkende elementen van haar wereld.

Haar meest recente werk is de video-installatie Respice Finem: over de wraak van God over twee zondige steden. De natuur die zich tegen de mensen keert. In Respice Finem gaat het om het verhaal van Lot en diens vrouw en dochters. Ze mogen vluchten, mits ze zich niet omkeren en zien hoe de steden vergaan. De vrouw van Lot kan de verleiding echter niet weerstaan, zij draait zicht om en en kijkt naar de vernietiging.
Ze versteent.

Inge maakte een vijftal films. We worden uitgenodigd om naar die vijf films te kijken. We verstenen niet, misschien omdat het maar projecties zijn, geen echte gebeurtenissen. Maar het impliceert wel dat er een risico aan verbonden kan zijn. Respice Finem is een kunstwerk geworden waarin we kunnen kijken naar nagespeelde natuurrampen als straffen van God, of als de manier waarop door onverwachte gebeurtenissen ruimtes ‘tot leven’ komen.

Inge Reisberman is een kunstenaar van deze tijd. Zelf beschrijft ze haar werk als ‘lens-based’. Ze maakt gebruik van alle mogelijkheden die de hedendaagse digitale technologie biedt. Het werken met licht is van oudsher gebaseerd op de optica: de wetenschap van het beheersen van lichteffecten via spiegels en lenzen. De wetenschap krijgt hier in de kunst een spirituele kant door de betekenis van licht.

Maar daarnaast hebben veel van haar werken ook de zeggingskracht van romantische landschappen als die van Caspar David Friedrich. Leegte en suggestie van eenzaamheid spelen een rol. En ook zijn generatiegenoot Turner zou je kunnen noemen; de kunstenaar voor wie licht het voornaamste onderwerp in zijn oeuvre werd. Deze elementen: de oude traditie van optica, de spirituele betekenis van licht, en de eenzaamheid van het Romantische landschap komen allen samen in het werk van Inge Reisberman, maar leiden nergens tot overdrijving of pathetiek. Eerder is haar werk laconiek, beschouwend en minimaal. De camera beweegt niet en de films gaan steeds over één proces of gebeurtenis.

Maar de eerste indruk is toch dat het werk verwant is aan de Romantiek van Caspar David Friedrich. Of Inge bewust dat aspect heeft gezocht in haar werk, weet ik niet. Maar het maakt zo’n vanzelfsprekende indruk dat je kunt denken aan een gemeenschappelijk element. Een tijdverschijnsel wellicht?

De kunsthistoricus Robert Rosenblum spreekt in zijn boek From Friedrich to Rothko van een speciale noordelijke traditie in de schilderkunst. In het proces van secularisering was er geen plek meer voor Bijbelse wonderen of kerkelijke kunst. In de Romantiek ging men het goddelijke zien in de natuur als geheel.
De landschappen uit die tijd krijgen een lading alsof ze een religieuze stemming willen oproepen; God is in de natuur of God en Natuur zijn één.

Een aantal video’s van Inge tonen een liggende compositie van een ruimte, waarbij de vloer onderaan zichtbaar is. In Exitium wordt de vloer volgestort met puin. We zien stromen van puin neerdalen en kolommen van stof terugkaatsen. Het contrast tussen het horizontale, het stilstaande beeld, en het verticale, het vallen, is maximaal. Je ziet ook niet waar de stof vandaan komt. Zo ontstaan een helder beeld en een groot mysterie tegelijkertijd. We bevinden ons op de bodem, terwijl alle energie van boven komt. Door het te tonen in een videoprojectie raakt het materiële aspect meer op de achtergrond en is vooral het licht belangrijk als drager van betekenis.

Wanneer we kijken naar een zonsondergang, de zon bijvoorbeeld wegzakkend in de zee, zijn twee dingen duidelijk: Bijna iedereen vindt het mooi, en we moeten blijven wachten tot de zon helemaal weg is. Er zijn duizenden foto’s en schilderijen van zonsondergangen. Maar ze zijn niet zo interessant als een echte zonsondergang, wanneer de zonneschijf steeds roder wordt en wegzakt totdat er nog een klein streepje over is, waarna we een kille bries over de avond voelen gaan. Het meemaken van de verandering, de transformatie van ons uitzicht is belangrijker dan een verzameling afzonderlijke mooie beelden.

Een landschap kan een stemming hebben. Wanneer die stemming verandert treedt er een emotie op, en dat is precies wat we lijken mee te maken. De filosoof Lessing schreef er al over in zijn beroemde essay Laocoön: Er is kunst in de ruimte en kunst in de tijd. Om een emotie te tonen moet men een kunstvorm gebruiken die zich voltrekt in de tijd. Beeldende kunst zou in deze benadering minder geschikt zijn voor het tonen van emoties dan muziek of theater. Om de emotionele diepte van een plek te laten zien maakt Inge beelden die precies het verloop van de tijd combineren met een ‘stilstaand’ beeld. We zien rook in een gang geblazen worden, witte spatten op een stenen vloer vallen, puin naar beneden komen. Je kunt je voorstellen wat het effect zal zijn, maar je wilt het toch zelf meemaken. En dus kijk je de film uit, mediterend over een alledaags verschijnsel dat juist ook door de vormgeving een kosmische allure heeft gekregen.

Die ‘kosmische allure’ wordt versterkt door de toespelingen die Inge zelf maakt in haar werk. Series hebben een Bijbelse naam, en de afzonderlijke films krijgen een Latijnse titel, een speelse aanpak waarbij een verhaal uit het Oude Testament wordt gecombineerd met Latijnse namen uit een geheel andere periode. Daarmee biedt het voor de toeschouwer ook een openheid die het niet nodig maakt ‘ergens in te geloven’.

De beelden hebben over het algemeen een landschappelijk karakter. Dat is opvallend, want al haar films maken gebruik van industriële binnenruimtes. Door lichtval, formaat, compositie en door de traagheid van de gebeurtenissen ontstaat een landschappelijk karakter.

We zien een ruimte, betekenisvol, kennelijk vormgegeven om een specifieke reden, die we als toeschouwer overigens niet kennen. In die ruimte voltrekt zich een verandering. Er wordt iets toegevoegd van buiten af, waardoor de ruimte langzaamaan van karakter verandert. We zien eigenlijk in een verkleinde vorm de kosmos aan het werk . Die verkleinde vorm, dat model, is gerealiseerd door een binnenruimte te presenteren als een landschap. Uitvergroting en verkleining treden tegelijkertijd op. De films bieden een meditatieve ervaring, maar wel in een industriële omgeving.

Het werk van Inge is het resultaat van een stapeling van betekenissen en transformaties. Daarbij heeft het in alle complexiteit toch een zekere openheid. Die openheid geeft aan toeschouwers de gelegenheid om tot een eigen interpretatie te komen.

Michael van Hoogenhuyze
augustus 2018